Problemen bespreekbaar maken kan de stress al verminderen

Op de Hanzehogeschool is onderzoek gedaan onder studenten om te bepalen of er een relatie is tussen cognitieve problemen en het oplopen van studieachterstand, Slecht kunnen plannen of concentreren zijn voorbeelden van cognitieve uitdagingen. Het onderzoekt is nog niet afgerond maar de voorzichtige conclusie is, dat dit verband bestaat.

Eerdere onderzoeken geven aan dat 75% van de studenten burn-out klachten hebben terwijl een ogenschijnlijk vergelijkbaar ander onderzoek spreekt over 10%. Het is onduidelijk wat er nu precies is gevraagd aan studenten, gemeten, welke meetinstrumenten zijn gebruikt en dat maakt het moeilijk om conclusies te trekken.

Dat komt omdat er verschillende definities gehanteerd worden, verschillende meetinstrumenten zijn gebruikt en omdat vragen heel verschillend geformuleerd worden, ziet Hofstra. Daarom is het lastig er precies de vinger achter te krijgen. “Momenteel is iedereen met zijn eigen vragenlijsten bezig en het is moeilijk te achterhalen hoe dat er uitziet. Ook als je soms onderzoekers mailt met vragen, krijg je geen reactie.”

Idealiter zou er meer standaardisatie zijn. “Het allermooiste zou het zijn als iedereen dezelfde lijsten afneemt. Gedegen onderzoek, dat is waar we met z’n allen naar moeten streven. Op basis daarvan kunnen we dan de juiste voorzieningen voor de betreffende studenten realiseren. In ons onderzoek maken we dan ook gebruik van gevalideerde vragenlijsten die voor eenieder inzichtelijk zijn.”

Dat onderzoek is inmiddels in volle gang. “2700 studenten van de Hanzehogeschool hebben de vragenlijst ingevuld,” zegt Hofstra. “De verdeling over de studiejaren en verschillende academies is goed, dus het is een heel behoorlijke afspiegeling van onze studentenpopulatie.”

Uit het onderzoek blijkt onder meer dat twintig procent van de ondervraagde studenten een officiële diagnose heeft. Dat is iets lager dan het landelijke gemiddelde. Landelijk gezien heeft 28 procent van de jongeren tussen de 18 en 24 jaar een diagnose. Maar dat zou volgens Hofstra kunnen komen omdat onze steekproef alleen uit hoogopgeleide jongeren bestaat en onder hoger opgeleiden is het percentage met een diagnose lager. De diagnoses waar het om gaat variëren sterk, maar de meest voorkomende zijn stoornissen als depressie, bipolaire stoornis, angststoornis of ADHD.

In het onderzoek wordt ook aandacht besteed aan studiebeleving. Het blijkt dat 14 procent van de ondervraagden zegt zich dagelijks of minimaal een keer per week emotioneel uitgeput te voelen als gevolg van de studie. Daar staat tegenover dat 95 procent van de studenten wel zegt zich competent te voelen in de studie. “Dat zijn mooie cijfers. Met het merendeel van onze studenten lijkt het dan ook relatief goed te gaan, maar er is ook een groep die wel problemen rapporteert. Dan is het zaak om goed te achterhalen wat daar achter zit en wat we daar concreet in kunnen doen.”

Een andere voorzichtige conclusie die Hofstra en haar collega’s al wel durven te trekken is dat er een relatie lijkt te zijn tussen studieachterstand en psychische problemen onder studenten. “Studenten met een diagnose lopen over het algemeen meer EC’s achter dan studenten zonder, en dat geldt ook voor de cognitieve problematiek. Dat hangt dus met elkaar samen.”

Het doel van het onderzoek is voor het Hanze-lectoraat om er voor te zorgen dat studenten op een prettige manier hun studententijd doorlopen en daarin goede prestaties behalen. Op basis van de onderzoeken worden dan ook instrumenten ontwikkeld die docenten en ondersteuners kunnen gebruiken in de begeleiding van studenten.

“We hebben bijvoorbeeld een instrument ontwikkeld om studenten met psychische problemen te helpen bij het maken van de keuze of ze op hun opleiding of bij een stage wel of geen openheid willen geven over hun problematiek,” vertelt Hofstra. Het onderzoek met dit instrument is uitgevoerd bij de Hanzehogeschool, maar ook bij NHL Stenden en Van Hall Larenstein.

“Voorafgaand aan de ondersteuning vroegen we de deelnemers of ze openheid zouden geven,” legt Hofstra uit. “Na afloop bleek het percentage iets gestegen, maar er was ook sprake van mensen die eerst ja zeiden en na gebruik van het instrument toch niet besloten openheid te geven. Dat is ook wat we benadrukken. Het gaat om een persoonlijke keuze, er is niet iets goed of fout. Het gaat om studenten die zeggen het idee te hebben dat ze met een geheim rondlopen. Als je dat bespreekbaar maakt, ervaren ze al minder stress.”

Click here to view original web page at www.scienceguide.nl

Related posts

Leave a Comment